Overslaan naar de hoofd content

Agriton

Onderzoek: EM Silage bij Corn Cob Mix – fermentatie en aerobe stabiliteit

Welk effect heeft EM Silage op de fermentatie en de stabiliteit van Corn Cob Mix (CCM)? Dat was de centrale vraag van een onderzoek dat werd uitgevoerd bij de proefhoeve van UGent/HoGent in Bottelare. In het onderzoek werd CCM met een hoog drogestofgehalte van 66,76% behandeld met EM Silage en vergeleken met onbehandelde CCM.

Waarom is dit onderzoek relevant?

Bij het inkuilen is niet alleen een goede conservering belangrijk. Ook de stabiliteit van het kuilvoer nadat het met zuurstof in aanraking komt, speelt een belangrijke rol.

Wanneer kuilvoer wordt blootgesteld aan zuurstof, kunnen micro-organismen actief worden en kan het materiaal opwarmen. Een temperatuurstijging is een aanwijzing voor aerobe instabiliteit en kan gepaard gaan met verlies van droge stof.

In dit onderzoek werd daarom specifiek gekeken naar het effect van EM Silage op zowel de fermentatie tijdens de conservering als de stabiliteit na blootstelling aan zuurstof.

Wat is onderzocht?

Het onderzoek werd uitgevoerd door UGent/HoGent proefhoeve Bottelare door ir. Eva Wambacq, ing. Elien Dupon, ing. Joos Latré en prof. dr. ir. Geert Haesaert.

Agriton was opdrachtgever van het onderzoek. Het onderzoek werd gepubliceerd op 10 september 2015.

Voor de proef werd Corn Cob Mix (CCM) gebruikt met een drogestofgehalte van 66,76%.

De CCM werd verdeeld over twee behandelingen:

  • Onbehandeld: alleen leidingwater
  • EM Silage: 80 ml EM Silage per ton vers product, opgelost in leidingwater


De oplossingen werden gelijkmatig over het uitgangsmateriaal gesproeid. Vervolgens werd het materiaal in kleine silo’s opgeslagen voor het fermentatieproces.

Er werden per behandeling acht microsilo’s gebruikt. Na 84 dagen werden alle silo’s gedurende 24 uur blootgesteld aan zuurstof. Na 99 dagen werden de silo’s geopend en onderzocht.

Waar werd naar gekeken?

De onderzoekers onderzochten verschillende eigenschappen van het kuilvoer, waaronder:

  • drogestofgehalte;
  • fermentatieverliezen;
  • pH;
  • melkzuur;
  • azijnzuur;
  • propionzuur;
  • ethanol;
  • ammoniak;
  • ruw eiwit;
  • wateroplosbare koolhydraten;
  • aantallen gisten en schimmels;
  • en aerobe stabiliteit.


Voor de bepaling van de aerobe stabiliteit werd het kuilvoer na opening gedurende zeven dagen onder gecontroleerde omstandigheden aan zuurstof blootgesteld. Een temperatuurstijging van 3 °C boven de omgevingstemperatuur werd daarbij beschouwd als een indicatie van aerobe instabiliteit.

Fermentatieverliezen

Tijdens de opslag waren de fermentatieverliezen bij de met EM Silage behandelde CCM statistisch significant hoger dan bij de onbehandelde CCM.

Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat de fermentatieverliezen bij beide behandelingen op een laag absoluut niveau lagen.

Dit betekent dat de toevoeging van EM Silage in deze proef weliswaar tot hogere fermentatieverliezen leidde, maar dat de totale verliezen bij beide behandelingen beperkt bleven.

Effect op de fermentatie

De behandeling met EM Silage had invloed op het fermentatiepatroon van de CCM.

Bij de met EM Silage behandelde CCM werd:

  • een lager gehalte aan melkzuur gemeten;
  • een hoger gehalte aan azijnzuur gemeten;
  • een hoger ethanolgehalte gemeten;
  • en een lager ammoniakgehalte vastgesteld.


De pH van de met EM Silage behandelde CCM was daardoor significant hoger dan die van de onbehandelde CCM.

Propionzuur en boterzuur werden in geen van de onderzochte monsters aangetroffen. Ook het gehalte aan wateroplosbare koolhydraten verschilde niet significant tussen de twee behandelingen.

Een ander fermentatiepatroon

Volgens de onderzoekers resulteerde de toevoeging van EM Silage in een meer heterofermentatief fermentatiepatroon.

Bij een homofermentatief proces wordt vooral melkzuur geproduceerd. Heterofermentatieve melkzuurbacteriën produceren naast melkzuur ook onder andere azijnzuur, ethanol en koolstofdioxide.

De onderzoekers wijzen erop dat het hogere gehalte aan azijnzuur bij de EM Silage-behandeling bijdroeg aan de verbeterde aerobe stabiliteit van de CCM.

Betere aerobe stabiliteit

Het meest opvallende resultaat van het onderzoek had betrekking op de aerobe stabiliteit.

Na blootstelling aan zuurstof bleek de met EM Silage behandelde CCM significant stabieler dan de onbehandelde CCM. Daarnaast had de EM Silage-behandeling na de aerobe stresstest een hoger drogestofgehalte en waren de drogestofverliezen tijdens deze test significant lager.

Dit is relevant omdat kuilvoer na opening altijd met zuurstof in aanraking komt. Een betere aerobe stabiliteit betekent dat het materiaal in deze proef minder snel tekenen van aerobe achteruitgang vertoonde.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat de toevoeging van EM Silage bij CCM invloed had op het fermentatieproces en vooral op de stabiliteit van het kuilvoer na blootstelling aan zuurstof.

De onderzoekers zagen bij de EM Silage-behandeling:

  • een meer heterofermentatief fermentatiepatroon;
  • een lager melkzuurgehalte;
  • een hoger azijnzuurgehalte;
  • een hoger ethanolgehalte;
  • een lager ammoniakgehalte;
  • en een significant verbeterde aerobe stabiliteit.


Tegelijkertijd waren de fermentatieverliezen bij EM Silage statistisch hoger. Volgens de onderzoekers waren deze verliezen in absolute zin echter laag bij zowel de behandelde als de onbehandelde CCM.

Waarom is azijnzuur hierbij interessant?

Een belangrijk onderdeel van de resultaten is het verschil in melkzuur en azijnzuur.

Bij de EM Silage-behandeling werd minder melkzuur en meer azijnzuur gevormd. De onderzoekers beschrijven dit als onderdeel van het meer heterofermentatieve fermentatiepatroon.

Het hogere gehalte aan azijnzuur wordt in de conclusie gekoppeld aan de verbeterde aerobe stabiliteit. De onderzoekers verwijzen daarbij naar eerdere literatuur waarin de rol van azijnzuur bij de aerobe stabiliteit van kuilvoer wordt beschreven.

Conclusie

In deze proef met Corn Cob Mix met 66,76% droge stof had de toepassing van EM Silage invloed op zowel het fermentatiepatroon als de aerobe stabiliteit.

De EM Silage-behandeling resulteerde in een meer heterofermentatief fermentatiepatroon, met hogere gehalten aan azijnzuur en ethanol en een lager gehalte aan melkzuur. Ook werd een lager ammoniakgehalte gemeten.

Hoewel de fermentatieverliezen bij de EM Silage-behandeling significant hoger waren, waren de verliezen volgens de onderzoekers bij beide behandelingen laag.

Het duidelijkste verschil werd gezien bij de aerobe stabiliteit. De met EM Silage behandelde CCM was significant stabieler na blootstelling aan zuurstof en vertoonde tijdens de aerobe stresstest minder drogestofverlies.

Belangrijk om te weten

Dit onderzoek is uitgevoerd met Corn Cob Mix met een drogestofgehalte van 66,76% en onder gecontroleerde proefomstandigheden met microsilo’s. De resultaten hebben daarom specifiek betrekking op de onderzochte omstandigheden.

De studie laat zien welk effect EM Silage in deze proef had op de fermentatie en aerobe stabiliteit. De resultaten kunnen niet zonder meer worden vertaald naar iedere vorm van CCM of naar iedere praktijksituatie.

Onderzoeksgegevens

Titel:
Study of the effect of EM Silage application on the fermentation characteristics and the aerobic stability of Corn Cob Mix at 66.76% dry matter.

Onderzoekers:
ir. Eva Wambacq, ing. Elien Dupon, ing. Joos Latré en prof. dr. ir. Geert Haesaert

Onderzoeksinstelling:
UGent/HoGent proefhoeve Bottelare

Opdrachtgever:
Agriton

Publicatiedatum:
10 september 2015

Onderzocht product:
EM Silage

Onderzocht gewas/product:
Corn Cob Mix (CCM), 66,76% droge stof

Volledig onderzoeksrapport (Engels)