Overslaan naar de hoofd content

Agriton

Onderzoek: bemesting van aardappelen en het effect op opbrengst en kwaliteit

Welke invloed hebben verschillende bemestingsstrategieën op de groei, opbrengst en kwaliteit van aardappelen? Dat was de centrale vraag in een bemestingsproef die in 2011 werd uitgevoerd door Proeftuin Zwaagdijk in opdracht van Agriton.

In de proef werden verschillende bemestingsstrategieën bij het aardappelras Agria met elkaar vergeleken. Daarbij werd gekeken naar de gewasontwikkeling, opbrengst, sortering en gevoeligheid voor stootblauw.

Waarom is gerichte bemesting belangrijk?

Aardappelen hebben gedurende het groeiseizoen verschillende voedingsstoffen nodig voor een goede gewasontwikkeling en knolproductie. De manier waarop voedingsstoffen worden toegediend kan daarbij van invloed zijn op de groei en uiteindelijke opbrengst.

In deze proef werden verschillende strategieën met elkaar vergeleken. Naast een traditionele bemesting werd onder andere gekeken naar het gebruik van Humostart en naar een strategie waarbij Bladkali TS werd toegepast.

De proef was daarmee gericht op de vraag of verschillende bemestingsstrategieën tot verschillen in gewasontwikkeling, opbrengst en aardappelkwaliteit leiden.

Wat is onderzocht?

De proef werd uitgevoerd door Proeftuin Zwaagdijk onder proefnummer 11648. De proef vond plaats in 2011 in aardappelen van het ras Agria, met pootmaat 35/45. De proeflocatie was de Oostwaardhoeve bij Slootdorp.
De uitgangssituatie van de bodem was:

  • grondsoort: zeeklei;
  • organische stof: 4,4%;
  • Pw-getal: 42;
  • K-getal: 20;
  • pH: 7,5;
  • N-mineraalvoorraad: 12 kg N in de laag 0–25 cm.


De proef bestond uit verschillende bemestingsbehandelingen met vier herhalingen. Er was daarnaast een onbehandeld object waarmee de andere behandelingen werden vergeleken.

Welke bemestingsstrategieën werden vergeleken?

Onder andere de volgende behandelingen werden onderzocht:

Onbehandeld
Geen bemesting binnen de proefbehandeling.

Traditionele bemesting
Een combinatie van Tripelsuper, Patentkali en KAS.

Bemesting met Bladkali TS
Een strategie waarbij onder andere Tripelsuper en KAS werden toegepast, aangevuld met bespuitingen met Bladkali TS.

Bemesting met Humostart
Een behandeling met Patentkali, Humostart en KAS.

De exacte doseringen en toepassingstijdstippen zijn in het onderzoeksprotocol vastgelegd.

Verschil in gewasontwikkeling

Tijdens het groeiseizoen werd de stand van het aardappelgewas meerdere keren beoordeeld op een schaal van 1 tot 9. Een hogere score betekende een betere gewasstand.

Op 15 juni waren de verschillen tussen de behandelingen nog beperkt. Vanaf 5 juli was de gewasstand van het onbehandelde object echter significant lager dan die van de bemeste behandelingen.

Ook op 21 juli en 1 augustus waren de bemeste objecten significant beter beoordeeld dan het onbehandelde object.

Dit laat zien dat in deze proef de bemeste gewassen gedurende het groeiseizoen een duidelijk betere gewasstand hadden dan het onbehandelde gewas.

Verschillen in opbrengst

De aardappelen werden na de oogst gesorteerd en per maat geteld en gewogen.

De totale opbrengst van het onbehandelde object bedroeg 49.550 kg/ha. De hoogste opbrengsten werden gemeten bij:

  • traditionele bemesting: 57.092 kg/ha;
  • Humostart-behandeling: 59.137 kg/ha.


De andere bemestingsbehandelingen lagen daar tussenin. De onderzoekers concludeerden dat het onbehandelde object de laagste totale productie had. De behandelingen 2 en 4 hadden een significant hogere opbrengst dan het onbehandelde object; de behandelingen 3 en 5 waren statistisch gelijkwaardig aan deze behandelingen.

De verschillen zaten vooral in de grotere aardappelen. In de maat 60+ had het onbehandelde object zowel minder knollen als een lager gewicht dan de meeste bemeste behandelingen.

Minder stootblauw bij bemesting

Naast opbrengst werd ook gekeken naar de gevoeligheid voor stootblauw.

Daarvoor werden per behandeling 25 aardappelen op een betonnen vloer gevallen. De aardappelen werden de volgende dag doorgesneden om eventuele verkleuring door beschadiging te beoordelen.

In het onbehandelde object vertoonden 5 van de 25 aardappelen stootblauw. Bij de bemeste behandelingen waren dat:

  • traditionele bemesting: 2 van 25;
  • Bladkali TS: 1 van 25;
  • Humostart: 2 van 25;
  • overige behandeling: 2 van 25.


De onderzoekers concluderen dat alle behandelingen de blauwgevoeligheid verminderden. Het verschil tussen de behandelingen was statistisch niet significant bij de gehanteerde grens van P ≤ 0,05, maar de trend was wel duidelijk: het onbehandelde object had de meeste aardappelen met stootblauw.

Wat zegt het onderzoek over Humostart?

Een specifieke vraag in de proef was of de traditionele fosfaatbemesting met Tripelsuper kon worden vervangen door Humostart.

De onderzoekers concluderen dat het vervangen van Tripelsuper door Humostart in deze proef geen invloed had op de productie en blauwgevoeligheid.

De Humostart-behandeling had in deze proef een totale opbrengst van 59.137 kg/ha, tegenover 57.092 kg/ha bij de traditionele bemesting. Het verschil tussen deze twee behandelingen was echter niet statistisch significant.

Daarom is het juister om te spreken van een vergelijkbare opbrengst in deze proef, en niet van een bewezen opbrengstvoordeel van Humostart.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De proef laat zien dat bemesting in deze specifieke aardappelproef een duidelijke invloed had op de gewasontwikkeling en opbrengst ten opzichte van het onbehandelde object.

Daarnaast laat de vergelijking tussen de verschillende bemestingsstrategieën zien dat er meerdere manieren waren om een vergelijkbare opbrengst te realiseren.

Voor Humostart was de conclusie dat vervanging van Tripelsuper in deze proef geen verschil maakte voor opbrengst en blauwgevoeligheid. Ook de toepassing van Bladkali TS gaf volgens de onderzoekers een vergelijkbare vermindering van blauwgevoeligheid als de behandelingen met traditionele Patentkali.

Belangrijk om de resultaten in context te bekijken

Deze proef werd uitgevoerd onder specifieke omstandigheden: op zeeklei, met het ras Agria, in één groeiseizoen en met een specifieke uitgangssituatie van de bodem.

Daarnaast werd de proef vroegtijdig gerooid. Door wateroverlast stierf het gewas snel af. Om de kans op beïnvloeding van de resultaten door rotte aardappelen te beperken, werd de proef op 8 augustus gerooid. De aardappelen werden vervolgens op 18 oktober gesorteerd.

Ook de weersomstandigheden waren bijzonder. Vooral juli was zeer nat, met gemiddeld 128 mm neerslag in Nederland en relatief lage temperaturen.

De resultaten moeten daarom worden gezien als de uitkomsten van deze specifieke proef, en niet als een algemene conclusie voor iedere aardappelteelt of ieder bemestingsplan.

Conclusie

De bemestingsproef van Proeftuin Zwaagdijk laat zien dat bemesting in deze proef een duidelijk effect had op de gewasstand en aardappelopbrengst.

Het onbehandelde object had gedurende het groeiseizoen een lagere gewasstand en uiteindelijk de laagste opbrengst. De bemeste behandelingen realiseerden een hogere totale productie, waarbij de verschillen tussen de verschillende bemestingsstrategieën beperkt waren.

Ook de gevoeligheid voor stootblauw was bij de bemeste behandelingen lager dan bij het onbehandelde object. De onderzoekers vonden daarbij geen statistisch significant verschil tussen de verschillende bemestingsstrategieën.

Voor Humostart concludeerden de onderzoekers dat het vervangen van Tripelsuper in deze proef geen invloed had op productie en blauwgevoeligheid.

Onderzoeksgegevens

Titel:
Bemesting aardappelen

Proefnummer:
11648

Onderzoeksinstelling:
Proeftuin Zwaagdijk

Onderzoeker:
H. de Vries

Opdrachtgever:
Agriton BV

Jaar:
2011

Gewas:
Aardappelen (Agria)

Proeflocatie:
Oostwaardhoeve, Slootdorp

Grondsoort:
Zeeklei

Aantal behandelingen:
5

Aantal herhalingen:
4

Volledig onderzoeksrapport